|
Mijn relaas van de 1ste 95 km van de Dodentocht 2008. In het begin kiezen we voor een snelle aanpak. Na het startschot is het wat aanpassen, wat zoeken vooraleer we op kruissnelheid komen. Dat heeft daarnaast het leuke gevolg dat je dan deze en gene goede dag kan zeggen, en een beetje mee kan babbelen. Al pratend stappen we flink door. De meute rekt zich in een snel rekt snel uit. Niet het minst omdat de snelle jongens en meisjes al aan het lopen zijn. Heiko heeft dit jaar niet de loop strategie gekozen. Dit jaar zouden we tesamen blijven en tesamen aankomen. Voor het nachtelijke gedeelte niet verpozen, gewoon rap doorstappen. Maar niet alles geven natuurlijk, wel wat reserves houden. Dank zij het systeem van de veterchips zijn er nergens wachtrijen bij de scanning. Ook aan de bevoorradingsposten schuift alles goed door. Iedereen kan aan zijn eigen tempo wandelen, voor zover men een eigen tempo heeft, natuurlijk. Onze eerste zittende rust nemen we in het donker. Aan de kerk van Ruisbroek is het een kenmerkende doorgang naar de rustplaats waar we dan ook even blijven zitten om een graankoekje te eten en koffie te drinken. Daarna stappen we door naar Breendonk. Breendonk is met haar brouwerij een beruchte plek in de Dodentocht. Het is de brouwerij van de Duvel. Even blijven zitten is hier altijd tof omdat je met zo geweldig veel mensen kan babbelen. In de Dodentocht zit er geen wedstrijdelement. Tijdens de tocht kan je de tijd nemen om met wandelmaats te babbelen. Groepjes die een deelnemer kwijtgeraakt zijn, hergroeperen zich hier. En weer verschiet ik ervan, hoeveel kennissen van buiten het wandelmilieu er aan de Dodentocht deelnemen. De ene doet het voor de sportieve uitdaging. De andere voor het goede doel. Ieder heeft zijn reden. En stapt door. Aankomen is belangrijk. We hebben nu een flink lang traject naar Steenhuffel. In een grote hal van de brouwerij Palm hebben we de grote rust. We nemen wat sandwiches en koffie en zoeken een plaatsje om te zitten. Hier krijg ik het even beroerd. Geloof het of niet, ik dreig weg te draaien, flauw te vallen. Terug naar buiten, en na vijf minuutjes is het over. Gelukkig maar, want we zitten hier nog maar aan de helft. Weer binnen, haal ik mijn bagage op. Even een verse T-shirt aan, verse sokken ook. Alles voelt weer goed aan. Ik haal toch nog even voor ons een extra beker koffie. Ondertussen kom ik wandelaars tegen die ik al meer dan een jaar niet meer gezien had. Ze hadden inderdaad een jaar niet meer gewandeld, maar ze wilden de Dodentocht nog eens meestappen. Ze willen nog eens afzien, zeiden ze. Een andere wandelaar is net grootvader geworden, van een tweeling. Nu kunnen we hem proficiat wensen wegens de geboorte. Het geboortesuiker smaakt extra goed in zulke omstandigheden. Voor de Dodentocht zelf houden onze planning aan, en vertrekken. Het is ondertussen dag geworden. De nacht is voorbij. Aan de toiletten is het nog even aanschuiven, en dan zijn we echt weg voor de tweede 50 km van deze tocht. Ik hoor van een medewandelaar dat er in de rustpost verschillende mensen echt flauw gevallen waren. Het Rode Kruis zal hier wel zijn werk gehad hebben. Het verschil tussen de koude nacht en de warmte binnen deed het verschillende mensen benauwd krijgen. Afin ik was niet de enige. Ondertussen zouden er al 1800 opgevers zijn. Nu we aan het 2de gedeelte bezig zijn, zijn de trajecten korter. En we zien weer waar we lopen. En we zien ook elkaar. Dat is veel plezanter op die manier. Je voelt ook dat je wat aan elkaar hebt. De ene wandelaar spreekt de andere wandelaar moed in. Je tracht ook van alles het goede te zien. Het zijn geen venijnige kasseien waar we over lopen. Neen het is niet de hel van het noorden. Ja het is een hemels bed om onze vermoeide voeten te masseren. Over massage gesproken. We zien dat de verzorgingsteams van verschillende wandelteams ook de massagetafels hebben klaar staan. In Opdorp ziet mijn zoon dat hij een flinke blaar heeft. Aaaj .... dat blijft voor hem nu nog 30 km geforceerd wandelen. We passen onze techniek aan. Bij de rustposten stapt hij door om geen snelheid te verliezen. Ik rust wel en ik haal hem dan later weer in. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Gelukkig is er de GSM om contact te houden met elkaar. Thuis, bij familie en bij kennissen volgen ze ons op de tracking. Ze zien hoe onze snelheid teruggevallen is, en telefoneren of SMS-sen om ons te steunen, terwijl wij zo door Klein-Brabant stappen. We liggen ruim op schema, en in Branst nemen we een lange rust. Kwestie van fier en opgelucht de laatste 5 km af te leggen.
|